Ingrid Koetzier is een beeldend kunstenaar die vergankelijkheid tastbaar maakt. In haar werk gebruikt zij gemummificeerde dieren — stille lichamen die ooit ademden. Dat wat niet meer beweegt. Wat wij liever niet aanraken.
Zij toont wat wij het liefst vergeten: de eindigheid van het bestaan, de kwetsbaarheid, het verval. De onontkoombaarheid kruipt gelijk onder je huid.
Haar beelden zijn confronterend en compromisloos realistisch. Je ziet het lijden. Je voelt de onmacht. Het werk toont geen abstracte begrippen, maar tastbare fysieke aanwezigheid.
De verstilde huid, de gesloten ogen, de verstarring — ze dragen de sporen van wat geweest is. Haar kunst is geen troost; het is een klap in je gezicht. Wie kijkt ziet hier niet een object, maar een consequentie.
Tegelijkertijd wijst Koetzier op het structurele dierenleed van onze tijd: miljarden dieren die op dit moment leven in opsluiting, worden uitgebuit en gedood voor menselijke consumptie. Haar werk legt een morele zenuw bloot. Het geconserveerde lichaam als aanklacht. Ze verbindt existentiële vergankelijkheid met ethische verantwoordelijkheid. Wat betekent mens-zijn wanneer wij het lijden van andere wezens normaliseren?
Als overtuigd veganist voegt zij de daad bij het woord. Haar levenshouding en haar kunstenaarschap zijn onlosmakelijk verbonden — geen pose, maar praxis.
Met morele intensiteit zoekt Koetzier de grens op tussen kijken en wegkijken, tussen toeschouwer en medeplichtige. Tussen verstarring en mededogen. Haar werk dwingt aanwezigheid af. Je kunt niet consumeren wat je ziet; je moet het verdragen.
Dit werk fluistert niet. Het staat. Het schreeuwt. En jij blijft achter in stilte. Met de vraag die zich niet laat mummificeren; Hoe kies ik te leven, te midden van lijden?
Serie Tijd = Vuur